Testpagina

OVER

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Donec sit amet turpis euismod, cursus ante sed, suscipit turpis. Maecenas venenatis sit amet risus vitae ultricies. Vivamus bibendum nisl enim, ut convallis libero volutpat eget. Vestibulum eget lacus elit. Vivamus posuere metus ut diam lacinia, molestie ornare turpis auctor. Praesent sagittis felis a ullamcorper malesuada. Curabitur fermentum ligula in accumsan scelerisque. Donec sollicitudin odio ante, hendrerit tincidunt nisi ornare a. Nunc id massa in erat suscipit pharetra ac id velit. Proin vel consequat lectus. Proin eget massa in lorem interdum vehicula. Quisque convallis tortor nisi, at semper elit aliquet sit amet. Mauris eu quam ante.

“Wij zijn verhalenvertellers”

23/12/2016
<strong>De regio Mechelen – Vilvoorde kent heel wat crossmedia-activiteit. Enkele studenten van Thomas More Mechelen tekenden tal van boeiende ondernemersverhalen op. Een nieuwe generatie mediamakers is opgestaan en toont zicht ontzettend ondernemend. Veel van hen nemen het heft in eigen handen en starten een eigen mediabedrijf op. Kenzo De Bruyn en Arno Costima (AIKON) en Joni Van Swalm (Bel Etage Content) zijn er daar drie van.</strong> [gallery link="none" columns="2" size="full" ids="2959,2963"] De mediasector is constant in beweging. Dat hebben jonge mediawolven als geen ander begrepen. “Heel ons team is erg jong. Dat is een bewuste keuze”, zegt Joni Van Swalm (22). Anderhalf jaar geleden richtte hij zijn eigen bedrijf op: Bel Etage Content. Hiermee maakt hij voornamelijk bedrijfsfilms. “Wij maken niet de typische corporate video’s met mooie zonnige beelden en een interview met de CEO. Wij zijn verhalenvertellers. En we vertellen aan de hand van onze camera en animatiefilms.” Een missie die ook Kenzo De Bruyn (25) en Arno Costima (28) als muziek in de oren klinkt. Zij richtten een zestal jaar geleden het visuele communicatiebureau AIKON op. Tot in augustus vind je ze in hun Mechelse pop-up. “Je zou kunnen zeggen dat we een productiehuis zijn, maar we zijn meer dan dat”, stelt Arno. “We maken websites, communicatieplannen, foto’s, film, grafische elementen, … We doen heel veel. Iemand kan hier aankomen met eender welke vraag die binnen, en zelfs buiten, ons vakgebied valt en we zullen het proberen op te lossen.” <h5><strong>Koffie zetten</strong></h5> Jonge mediamakers zouden een andere blik op de sector hebben. Dat bevestigt ook Joni. Zijn bedrijf werkt met ongeveer twintig freelancers, allemaal jonge mensen. “Dat leek me gewoon logisch. Als je je met een groep verse mediamensen over een project buigt, krijg je sowieso een vernieuwend resultaat. De anciënniteit en ervaring komt dan wel met de jaren.” Hoewel Arno en Kenzo voorlopig alles met twee doen, rijkt hun ambitie toch verder. Kenzo: “Het zou leuk zijn als we na verloop van tijd mensen kunnen aannemen. Zo kunnen we ook meer projecten opstarten en de zaak uitbreiden. Maar dat extra personeel moet wel haalbaar blijven. We gaan geen mensen aannemen om koffie voor ons te zetten.” <h5><strong>Brave jongens</strong></h5> Toch zijn de projecten geen zekerheid op succes. “Je bent altijd bang dat het mis kan gaan”, zegt Arno. “We draaien nu wel een mooie omzet. Daar tegenover staan ook veel kosten. We moeten nu eenmaal investeren in camera’s, onze studio, … Het is financieel niet altijd evident. We rijden niet in dure wagens, geven onszelf geen gigantisch loon en houden geen etentjes in sterrenrestaurants. Wij zijn brave jongens.” De beperkte tijd die overblijft na het runnen van zijn zaak, stopt Joni in zijn studies. Hij studeert Media & Entertainment Business aan Thomas More Mechelen. “Ik probeer hier voornamelijk het commerciële aspect van de mediasector beter te leren kennen. Een inkomstenmodel, commercieel inzicht, … Er komt erg veel bij kijken. Daar heb je ook zeker bedrijfskennis voor nodig. De creatieve vaardigheden die nodig zijn, heb ik wel min of meer onder de knie, aangezien ik de voorbije jaren aan kunstschool RITCS heb gestudeerd.” <h5><strong>Visueel sterk</strong></h5> Wat beide ondernemingen zonder twijfel bindt, is hun breed scala aan diensten. Waar AIKON focust op visuele communicatie in de breedste zin van het woord, gaat Bel Etage helemaal over storytelling. “Vandaag zijn verhalen ontzettend belangrijk. Vroeger was een leuk gemaakte folder vaak al genoeg om klanten te overtuigen. Vandaag moet je met een sterk verhaal naar buiten komen. Onze maatschappij is erg gevoelig voor alles wat visueel is. Dat biedt ontzettend veel mogelijkheden voor een bedrijf”, vertelt Joni. “We vinden het altijd moeilijk als mensen vragen wat AIKON precies doet”, bekent Kenzo. “We doen ontzettend veel verschillende dingen en we willen mensen niet meteen overladen met alle taken van AIKON. Dan jagen we ze misschien weg. In het begin deden we alleen fotografieopdrachten voor De Streekkrant. Ondertussen doen we veel meer voor veel grotere opdrachtgevers. We doen af en toe nog wel opdrachten voor De Streekkrant. Dat is dan voornamelijk uit loyaliteit. Ze hebben ons in het begin erg veel kansen gegeven.” <h5><strong>A tot Z</strong></h5> Ondanks hun vele bezigheden, proberen beide bedrijven hun projecten zo volledig mogelijk af te werken. Joni: “Bel Etage biedt een A tot Z-formule aan. We bedenken het plan, schrijven het scenario, voeren het uit, doen de post-productie en componeren een op maat gemaakte soundtrack. Dat laatste lijkt misschien een beetje overdreven, maar dat is het alles behalve. Je zal op internet inderdaad wel een soundtrack vinden die bruikbaar is, maar meestal is het toch niet perfect voor je project. De muziek draagt bij tot het vertellen van het verhaal. Zo geraak je emotioneel nog meer betrokken bij het verhaal. Dus het verdient even veel aandacht als de andere elementen van de film.” Datzelfde principe geldt ook voor AIKON. Ook zij werken hun projecten van begin tot einde zelf af. “Het is makkelijk dat heel het proces in één huis kan plaatsvinden. We doen alles zelf en hebben de kwaliteit van het eindproduct volledig in handen. Daarnaast nemen we ook de zakelijke kant helemaal voor onze rekening. Dat is onze kracht”, vertelt Kenzo. <h5><strong>Transmediaal</strong></h5> Bedrijven die geleid worden door twintigers hebben één grote troef: ze hebben nog veel jaren om te groeien. De drie ondernemers stoppen hun toekomstplannen niet onder stoelen of banken. Arno: “Er gebeurt hier heel veel in Mechelen. Maar in de toekomst willen we ook naar het buitenland trekken met ons werk. Het zou fijn zijn dat we mensen met dezelfde passie vinden, die met een zelfde gedrevenheid kunnen meebouwen aan onze weg. Zo kunnen we in de toekomst nog veel meer opdrachten aannemen.” “Onze grootste ambitie is om zelf eigen content te kunnen maken voor kinderen”, zegt Joni. “Momenteel zijn we serieus aan het brainstormen over een eerste eigen crossmediaal project voor een jonge doelgroep. We gaan dat project uitvoeren naast de bedrijfsvideo’s. Dat kan perfect naast elkaar lopen. Want aan het einde van de dag draait het allemaal om hetzelfde: verhalen vertellen.”   <em>Tekst en foto's: Arne Adriaenssens en Anouk Haleyt, studenten journalistiek Thomas More Mechelen</em>

Brede specialisatie troef

16/12/2016
<strong>De regio Mechelen – Vilvoorde kent heel wat crossmedia-activiteit. Om die nog aan te wakkeren, hebben verschillende partners met track25 de handen in elkaar geslagen. Op dinsdag 10 mei sloot track25 drie jaar werking af met een slotevent in aanwezigheid van minister van Media Sven Gatz. Enkele studenten van Thomas More Mechelen tekenden de maanden voordien tal van boeiende ondernemersverhalen op uit de crossmediasector in Mechelen en Vilvoorde. </strong><strong>Deze keer zijn Videohouse en Image4You aan het woord.</strong> [gallery columns="2" link="none" size="full" ids="2968,2967"] Met klanten als Telenet, VRT en de Europese Commissie is Videohouse uit Vilvoorde een pionier in de crossmediasector. “Wij verhuren niet alleen camera’s, maar geven ook alle service die de klant vraagt. Dat gaat dan over klassieke verhuur, de nodige specialisten en het uitwerken van een televisieprogramma. Videohouse is een one stop shop”, zegt Tom Gemoets, hoofdredacteur Telenet PlaySports. Gemoets werd er vier jaar geleden aangenomen om de ideeën van Telenet door Videohouse te laten vertalen naar de consumenten. Zeventien jaar geleden stond fotograaf Luc Hilderson mee aan de wieg van Image4You. Het Mechelse bedrijf focust op audiovisuele producties voor grote en kleine bedrijven. Videoclips, bedrijfsfilms, reclamespots en foto-opdrachten: het aanbod van Image4You is zeer breed. “In de beginperiode waren enkel de grote spelers Videohouse, Pittoors, Alfacam, ... actief. De kostprijs voor videoprojecten was toen zeer hoog en kleinere bedrijven konden niet meegenieten van dit medium. Er was geen aanbod met de nodige kennis en aangepast materiaal voor kleinere producties. Wij zijn toen in dat gat in de markt gesprongen, vooral met oog voor de kmo.” Alle bestuursleden hebben naast Image4You ook hun eigen zaak. “Zo hebben wij allemaal onze specialisatie”, vertelt Hilderson. Het bedrijf heeft geen werknemers in dienst, maar werkt met freelancers om de opdrachten tot een goed einde te brengen. “We proberen zoveel mogelijk de juiste mensen op de juiste plaats in te zetten.” <h5><strong>Klantgericht werken</strong></h5> Eén van de grootste troeven van Videohouse is het totaalaanbod. “Omdat we voor alles zorgen, hoeft de klant zich geen zorgen te maken. Zelfs binnen Europa is deze omvang van activiteiten ongezien”, aldus Tom Gemoets. Ook Image4You ziet het grote aanbod als een troef. “Met onze ervaring kunnen we ons op verschillende manieren profileren, zowel met video als met fotografie. Dat is een interessante formule, al houdt dat wel in dat we ons op vele vlakken altijd zullen moeten blijven bijschaven”, zegt Hilderson. Een andere troef is klantgerichtheid. “Wij geloven dat de klant terugkomt, zolang je maar een goede service aanbiedt.” Internationaal gezien hebben Vlaamse bedrijven volgens Gemoets een groot voordeel. “Wij zijn heel flexibel, zowel wat taal als het begrijpen van een cultuur betreft. Als er morgen een Zwitser binnenkomt, vinden wij dat helemaal niet raar.” Image4You vertrekt ook altijd vanuit het idee van de klant. Het project wordt aangepast aan het doelpubliek en aan de manier waarop de opdrachtgever ermee wil uitpakken. “De lancering van een nieuwe jeansbroek moet bijvoorbeeld hip en trendy zijn”, legt Luc uit, “maar bij de promotie van graafmachines focussen we op het spectaculaire. Met 360°camera’s geven we een inkijk in de cabine van de machine.” <h5><strong>Veranderingen</strong></h5> De sector is de laatste jaren al sterk geëvolueerd en zal blijven veranderen. “De integratie gaat verder. Eerst en vooral ga je onderscheid hebben tussen de verschillende middelen en dragers. Vroeger was het voldoende om op Facebook hetzelfde te zetten als wat er op televisie verschenen was”, vertelt Gemoets. “Dat werkt vandaag niet meer. Je moet andere content brengen.” Volgens hem gaan ook alle facetten zoals televisie, radio en internet naast elkaar blijven bestaan, maar zullen die kanalen elk hun doel en specifieke content nodig hebben. “Het is de manier van consumeren, die zal bepalen hoe het product eruit ziet. Bij iemand die zin heeft om een hele voetbalmatch vanuit zijn luie zetel te zien, breng je de uitzending anders dan bij iemand die enkel de doelpunten wil zien terwijl hij op de trein zit.” Luc Hilderson benadrukt dat er tegenwoordig oneindig veel mogelijkheden zijn qua techniek en materiaal. Ook de kostprijs van bepaalde toepassingen is gedaald. Zo kan je ondertussen ook met een fototoestel video’s maken. “Hoewel kwaliteit nog altijd van belang is, merken we dat veel opdrachtgevers het verhaal achter de reportage of de video belangrijker vinden. Ongeacht de middelen die daarvoor nodig zijn.” Om de blijvende veranderingen te kunnen volgen, is er een constante technologische vernieuwing nodig. “De grootste uitdaging bestaat er voor Videohouse in om oplossingen te bieden en om de nodige technologie die voor een specifieke drager of content nodig is, ter beschikking te kunnen stellen aan de klant.”  Deze technologie kan het bedrijf niet helemaal zelf ontwikkelen. “Wij werken onder meer samen met Sporthouse Group, een Leuvense start-up gespecialiseerd in social media rond sport. Daarin zijn wij minder sterk.” Hilderson heeft de indruk dat de mediasector zichzelf voorbij holt. “Het ene product is nog maar net op de markt, of bedrijven komen al aanzetten met een nieuwere en betere versie.” De snelle evolutie van technologie zit daar natuurlijk ook voor iets tussen. “Veel van wat in onze ogen nog sciencefiction is, bestaat al.” Ondanks de technologische evolutie gelooft Luc dat de geprinte foto zal blijven bestaan. “Er hangt nog altijd een soort mystiek rond een papieren foto. Bovendien is het belangrijk dat we onthouden vanwaar we komen. Zo hoort een student fotografie bijvoorbeeld naast de digitale fotografie ook de techniek van de analoge fotografie onder de knie te hebben.” <h5><strong>Leading role</strong></h5> Videohouse mag dan wel de grootste speler zijn, toch voelt het op alle vlakken grote concurrentie. “De concurrentie stijgt, maar wij lopen aan kop omdat wij anderen altijd voor zijn geweest. De strategie van steeds verder te gaan, proberen we aan te houden”, aldus Tom Gemoets. Ook Image4You probeert zich te onderscheiden in de sector. “We zien kwaliteit nog altijd als onze troef”, zegt Luc Hilderson. “Als je ziet wat je tegenwoordig met een smartphone kan doen, kan je je afvragen waarom een bedrijf naar ons zou komen. Het hoeft niet altijd met toeters en bellen te zijn. Met de juiste aanpak, aangepast aan het budget, kunnen wij dat ietsje meer bieden in een publiciteitsfilmpje.” Dat zorgvuldig afwerken, staat soms in contrast met hoe vluchtig de projecten vaak zijn. “Je legt hart en ziel in opnames voor een reportage die gauw online moet. En de volgende dag ben je weer met iets nieuw bezig. Toch geeft dit voldoening. Je maakt een project zoals een klant dat wil. Maar het is fijn als je zelf ook tevreden bent met het resultaat. Daarvoor doen we het.”   <em>Tekst en foto's: Katrien Severijns en Nele Van Rompaey, studenten journalistiek Thomas More Mechelen</em>

Creativiteit is een andere manier van kijken

9/12/2016
<strong>De cross media sector in Mechelen en Vilvoorde zit in de lift. In deze nieuwe reeks getuigenissen laten studenten journalistiek van Thomas More Mechelen telkens enkele boeiende ondernemers uit die sector aan het woord. Dat zijn dit keer Walter Vandervelde van Bedenk uit Vilvoorde en Sabine Van Riel van Option Media uit Mechelen.</strong> [gallery columns="2" link="none" size="full" ids="2973,2972"] Business creativity expert Walter Vandervelde startte Bedenk, het bedrijf dat hij nu samen met Pieter Daelman en Sara Coene leidt, vier jaar geleden op. Na 25 jaar in de marketingcommunicatie besloot hij zijn ervaring in te zetten voor ondernemingen tijdens hun zoektocht naar creativiteit. “We stimuleren bedrijven om optimaal gebruik te maken van hun eigen originaliteit en deze ook te verankeren”, vertelt Walter. “We geven trainingen, begeleiden creatieve sessies en bieden ook onlinecursussen aan, zodat ze zich kunnen blijven verbeteren.” Sabine Van Riel is gedelegeerd bestuurder bij Option Media, waar ze zich vooral met klantencontacten, sales en marketing bezighoudt. “Option Media bestaat sinds 1993. Het is heel moeilijk om onze taken in een notendop uit te leggen, maar we zijn vooral een dienstverlenend bedrijf. Onze klanten maken hun concept, brengen het bij ons binnen en wij gaan van alles een geheel maken. We werken voornamelijk samen met productiehuizen, zenders en ook particulieren.” <h5><strong>Handvaten aanbieden</strong></h5> Option Media zorgt ervoor dat alle filmpjes, die zowel online, op televisie als in de cinema te zien zijn, er pico bello uitzien. “Als bedrijf monteren, mixen en regelen we de kleur van de beelden. We voorzien eveneens ondertitelingen en passen de aftiteling aan als er gedubd wordt. Er staat ook een team vertalers ter beschikking, zodat wij buitenlandse teksten naar het Nederlands kunnen vertalen en omgekeerd. De productiehuizen  of andere klanten zorgen vaak zelf voor het scenario. Wij werken alles mooi af, zodat zij het product kunnen gebruiken. Van zodra de consument zijn project binnenbrengt, vangen we het op. Dan moeten we met alle technische dingen, die ze specifiek vragen of die nodig zijn, rekening houden.” Bedenk is helemaal vanaf nul begonnen, in een sector die in Vlaanderen en Nederland eigenlijk nog niet bestond. “Er wordt heel veel over creativiteit gesproken binnen een zakelijke omgeving, maar niemand weet hoe je ermee moet starten”, zegt Walter. “Wat wij willen aanbieden, zijn de handvaten. We willen tonen dat creativiteit niet zomaar in de lucht hangt, maar dat je het kan stimuleren als je er structuur in brengt.” <h5><strong>Hechte band</strong></h5> Als slogan hanteert Bedenk ‘create change from within’. Die maakt hun aanpak snel duidelijk. “Wij willen dat onze klanten de veranderingen van binnenuit sturen. Aan de ene kant willen we het management aanzetten om meer ruimte toe te laten. Aan de andere kant willen we de werknemers ook stimuleren om meer creativiteit te eisen.” Dit doet Bedenk via een zelf uitgewerkt model. “We scannen ondernemingen eerst om te zien waar ze staan als organisatie. Een tweede stap is het daadwerkelijk verbeteren van de creativiteit, om in een derde fase alles te verankeren. We willen zorgen dat ons werk niet verloren gaat en dat nieuwe medewerkers direct mee zijn met het creatieve proces”, zegt Walter. Bij het begin van Option Media luidde de slogan ‘alles onder één dak’. Vandaag is dat ‘manage media’. Omdat het bedrijf over een diverse waaier aan klanten beschikt, heeft het door de jaren heen heel wat verschillende technieken aangeleerd. “Doordat we die nu allemaal onder de knie hebben, is het voor ons een pluspunt dat we op de verschillende noden van onze consumenten kunnen inspelen. De omgang is dan ook super, zeker als je de juiste afspraken maakt. Het is voor ons belangrijk een hechte band te creëren met de klant, zodat we efficiënt te werk kunnen gaan”, zegt Sabine Van Riel. <h5><strong>Cross mediaal</strong></h5> “In cross mediaal werken, zien wij vooral voordelen. Het is niet altijd even gemakkelijk, maar het blijft wel een uitdaging. Het is belangrijk om goede content te brengen en om creatief te werk te gaan. Er gaat de komende jaren nog heel wat veranderen en daar spelen ook wij een belangrijke rol in”, zegt Sabine Van Riel. “Onze producten zullen later door de klant op andere platformen worden geplaatst. Waar het uiteindelijk zal terechtkomen, is een factor die door de consument beslist wordt. Cross mediaal te werk gaan, geeft die extra push om nog meer creatief te gaan denken.’ Zeker voor een bedrijf dat als grootste troef het woord kneedbaar gebruikt, is het voor Option Media belangrijk om altijd op de hoogte te blijven van de laatste technologieën op de markt. “Het is elke keer aftasten welke nieuwe technieken we zullen gebruiken en welke niet. Deze markt verandert redelijk snel, want er duiken telkens nieuwe dingen op. Van bijvoorbeeld virtual reality tot de nieuwe 360° video’s.” Option Media heeft een plan op lange termijn, maar werkt vooral met korte termijnen. “Een nieuwe technologie moeten we binnen de zes maanden al kunnen gebruiken.” Om nog meer in te spelen op de noden van de klanten, heeft ook Bedenk grote toekomstplannen. Eind 2016 gaan ze hun cross mediale aanpak verruimen met onder meer een webshop, onlinetrainingen, een boek en een eigen community. “Via een webshop willen we graag stimulerende beeldkaarten, gadgets of andere tools aanbieden om creativiteit te bevorderen of in een proces te gieten”, meldt Vandervelde. “De onlinetrainingen zullen er dan weer voor zorgen dat bedrijven hun kennis steeds kunnen verbeteren via nieuwe cursussen. Daarnaast gaan we een boek uitbrengen over ons eigen werkingsmodel én een community oprichten. Met dit laatste willen we over sectoren heen gaan werken. Mensen van IT-bedrijven, farmaceutische bedrijven, enzovoort, kunnen op dit forum hun ervaringen delen en ideeën overnemen van elkaar. Dit verbetert ons model en houdt het ook levendig.” “Het grote voordeel van cross mediaal werken is dat je internationaal kan gaan”, verduidelijkt Walter. “Het internet biedt je de mogelijkheid om je producten wereldwijd in de kijker te zetten. Ons boek zal echt een marketingproduct worden. Het verschijnt in de eerste plaats in het Nederlands, maar we laten het kort nadien ook in het Engels drukken. Ons model is vrij uniek in de wereld. We willen daarvan dan ook profiteren en mondiaal gaan.” <h5><strong>Samen sterk</strong></h5> “We zijn een uniek verhaal”, zegt Walter Vandervelde. “We overlappen enerzijds met innovatieconsultants en anderzijds met eenmansbedrijven binnen de creatieve sector, maar wij zitten tussen deze twee groepen in. We trachten onze klanten creatiever te maken, zodat ze zelf hun eigen innovatie kunnen sturen. Creativiteit is een manier van kijken naar bepaalde zaken. Het is het zoeken naar oplossingen op een andere manier.” Bij Option Media spreken ze niet graag over concurrenten, maar over concullega’s of gewoon collega’s. “Als zij iets niet weten uit te werken, komen zij naar ons en dan helpen we. Omgekeerd is hetzelfde waar. Er is natuurlijk nog altijd concurrentie. Maar we vullen elkaar aan en zo blijf je samen sterk. Onze toekomst blijven we als een uitdaging zien: het gaat vooral belangrijk zijn om in deze technologische tijden snel te reageren op wat er zich afspeelt”, besluit Sabine Van Riel.   <em>Tekst en foto’s: Tine Decosemaker en Amber Paulus, studenten journalistiek Thomas More Mechelen</em>

Specialisatie en vernieuwing centraal in mediasector

2/12/2016
<strong>In Mechelen en Vilvoorde is een sterke aanwezigheid van de crossmedia sector. Track 25 zet als samenwerkingsverband tussen verschillende partners sterk in op de profilering van Mechelen-Vilvoorde als dé Vlaamse crossmedia regio. In deze reeks getuigenissen laten studenten Journalistiek van Thomas More Mechelen telkens enkele boeiende ondernemers uit die sector aan het woord. Dit keer zijn dat het Vilvoordse CineDiving en de Mechelse trendwatcher Trendhuis.</strong> [gallery columns="2" size="full" link="none" ids="2939,2946"] CineDiving in Vilvoorde bestaat nu twee jaar. Het bedrijf dat zich bezighoudt met onderwaterfilmen, is ontstaan uit Lites, dat opnameapparatuur, camera’s en lichten verhuurt. De twee bedrijven bestaan nog steeds naast elkaar. “CineDiving is een combinatie van mijn twee passies”, vertelt eigenaar Wim Michiels. “Ik ben cameraman, maar tegelijk ook duiker. Ik zocht al lang iets om beiden te combineren en kreeg ook bijna maandelijks de vraag om apparatuur te verzorgen voor onderwaterfilmen. Tot voor kort konden we nooit echt iets goeds bieden, dus twee jaar geleden hebben we dan de knoop doorgehakt en beslist om in onderwaterapparatuur te investeren. Net zoals elk ander bedrijf moeten ook wij vernieuwend denken. Anders komen we niet meer aan de bak.” Wim Michiels geeft toe dat onderwaterfilmen een uitdaging is. “Het is technisch veel zwaarder dan normale draaidagen”, vertelt hij. “Je moet met veel meer dingen rekening houden, bijvoorbeeld of het camerahuis waterdicht is en of er genoeg koeling is. Want onder water, waar de camera toch een beetje in een afgesloten ruimte zit, kan zo’n camera heel snel verhitten. Verder moet de behuizing ook stofvrij zijn en moet er een onderwatermonitor voorzien worden om deftig te kunnen kadreren. En dan heb je ook nog eens een heel team van mensen, waaronder regisseurs, cameramannen en dergelijke nodig die elkaar allemaal onder water afwisselen. Het neemt dus veel meer tijd in beslag dan wanneer er boven water gefilmd wordt.” <h5><strong>Specialisatie belangrijk</strong></h5> Nathalie Bekx van Trendhuis in Mechelen vindt het goed dat een bedrijf als dit nieuwe markten gaat verkennen. Trendhuis onderzoekt niet alleen de toekomst van bedrijven, maar ook of een bepaalde dienst of product effectief een toekomst heeft. “De mediasector moet nu op zoek naar nieuwe businessmodellen. Investeren in niches is een van die nieuwe businessmodellen. Daarom denk ik dat er in CineDiving zeker toekomst zit, omdat het zich zo sterk specialiseert.” “De tijd dat mediabedrijven en mediahuizen alle segmenten van de markt bespeelden, is voorbij”, stelt ze. “Om even een vergelijking te maken: tegenwoordig bestaat er een bedrijf als Uber dat het grootste taxibedrijf ter wereld is, maar geen enkele taxi in dienst heeft. Hetzelfde met Airbnb, maar dan met hotels. Je ziet dus dat alles meer in handen van de consument zelf komt en dat we een opdeling van specialiteiten krijgen. Vroeger maakte de aanbieder iets, een tv-programma of een magazine, en de consument kocht dat. Er was geen weg naast. Tegenwoordig gaat die consument zelf meer op zoek naar nieuwe businessmodellen. Wanneer bijvoorbeeld het zendschema van die avond niet naar de wensen van iemand is, zal hij wel naar een andere zender kijken, of Netflix opzetten of één van zijn opnames bekijken. Het gaat er dus tegenwoordig meer om dat mediabedrijven het hartaandeel van de consument winnen. Daaraan zullen ook de grote mediahuizen zich moeten aanpassen.” Bekx ziet echter nog wel een rol weggelegd voor de lineaire tv. “Het is een en-en-verhaal”, denkt ze. “De tv heeft in zijn beginperiode ook niet de krant verdrongen. De consument denkt meestal: ik gebruik alle diensten die er bestaan, maar wel wanneer het mij past. Hij gaat dus nog tv kijken, en hij gaat nog kranten lezen, maar op een heel andere manier. Kranten worden bijvoorbeeld veel meer digitaal gelezen, waar de drukkerijen dan weer niet beter van worden en waar wij veel minder voor betalen. Dat brengt minder op voor de krant in kwestie, waardoor die meer zal moeten besparen. Er zal dus in de toekomst met minder mensen meer gedaan moeten worden, maar dat is niet per se slecht. Zo worden ook enkel de besten aangenomen en dat komt de content dan weer ten goede.” Bekx stelt wel vast dat er op dit moment een overaanbod aan media is. “We hebben te veel kranten, te veel magazines, te veel tv-zenders en te veel journalisten. Op zich is dat geen probleem omdat de consument zo kan kiezen wat hij wil. Wat dan een voordeel is van dat overaanbod, is dat de content bijna perfect moet zijn om er tussenuit te springen. Daarvan kunnen jonge, creatieve mensen goed gebruikmaken om te bewijzen dat zij het waard zijn en de content hebben die de consument wil. Het zijn gouden tijden voor mensen met creatieve ideeën.” <h5><strong>Steeds ogen openhouden</strong></h5> Ook Wim Michiels denkt dat vernieuwen nu de boodschap is. “Iedereen moet in zijn vakgebied de ogen openhouden”, vindt hij. “En dan logisch nadenken over wat er op je afkomt. Als je daar een rol in kan spelen, moet je gewoon die kans grijpen. Bij Lites doen we dat ook als toeleverancier van materiaal. Er moet nog steeds content worden gefilmd, dus wij zorgen daarom voor het materiaal. We kijken naar wat er tekort is of zal zijn en daar investeren we in. En soms zijn dat zelfs camera’s die we maar één keer moeten gebruiken, maar dat hoort erbij. Met onderwaterfilmen focussen we ons dan weer meer op de professionals. Het is een niche waar wij één van de weinige actieve bedrijven zijn en we mikken ook echt op hoge kwaliteit. Ons materiaal is hoogwaardig en ons personeel wordt goed getraind. Het is een dure investering, maar dat moet als je constant de kwaliteit wil verhogen.” Over het Vlaamse medialandschap wil Michiels nog het volgende kwijt. “Het is in volle beweging en de technieken veranderen razendsnel. Maar het grootste probleem op dit moment is volgens mij de vicieuze cirkel waarin er minder mensen lineair tv kijken, waardoor de reclamebudgetten verminderen, waardoor de zenders minder geld hebben voor goede programma’s, waardoor er nog minder mensen kijken, enzovoort.” Daar is Bekx het voor het grootste deel mee eens. “De klassieke advertentie is inderdaad dood”, vindt ze. “Vroeger werden veel advertenties verkocht aan kranten, magazines of tv-zenders onder het mom van: de lezers of kijkers zien dat wel op een of andere manier. Maar online heeft ons geleerd dat dat niet per se het geval is. Mediabedrijven moeten dus veel minder rekening gaan houden met reclame-inkomsten en op andere manieren geld zien te verdienen. Ideaal zou zijn als er geen advertenties meer waren en de consument gewoon betaalde voor de content die hij of zij wil lezen. Maar mediabedrijven kunnen bijvoorbeeld ook meer inzetten op evenementen, zoals de Tuindagen van Radio 2 of de Flair Shopping Night. Zo bind je ook lezers, kijkers of luisteraars aan je door de beleving. Het gaat op dit moment dus eerder over de beleving die je verkoopt, waarin je dan weer de content aanbiedt die daarbij aansluit. Het lijkt me een uitdagende manier om te overleven voor de media. Er staan de klassieke media dus nog heel wat uitdagingen te wachten.”   <em>Tekst en foto’s: Ruben Van Lent en Sita-Grâce Toko, studenten journalistiek Thomas More Mechelen</em>

Met een verruimde blik evoluties volgen

24/11/2016
<strong>In Mechelen en Vilvoorde is een sterke aanwezigheid van de cross media sector. Track25 zet als samenwerkingsverband tussen verschillende partners sterk in op de profilering van Mechelen-Vilvoorde als dé Vlaamse crossmedia regio. De uitdagingen in de sector zijn groot, maar met een beetje creativiteit geloven ze erin te slagen. In deze reeks getuigenissen laten studenten journalistiek van Thomas More Mechelen telkens enkele boeiende ondernemers uit die sector aan het woord. Dit keer trokken zij naar MojoMedia en Buroform, gelegen in Mechelen.</strong> [gallery columns="1" link="none" size="full" ids="2975"] MojoMedia werd opgericht door Guy Serdobbel en Ray Leemans. Hun bedrijf staat volledig in het teken van verhalen vertellen, die hun klanten maximaal onder de aandacht brengen. Karel Marynen staat al 33 jaar aan het hoofd van de Mechelse drukkerij Buroform. Met zijn vele jaren ervaring op de teller heeft hij een ietwat verrassende kijk op het bedrijvenlandschap. <h5><strong>De spontane geboorte</strong></h5> Guy Serdobbel en Ray Leemans, oprichters van MojoMedia, kenden elkaar als collega’s bij vorige opdrachten. “We merkten al snel dat we elkaar aanvullen op het vlak van kennis. Op die manier konden we gemakkelijk verhalen vertellen. Aangezien er vraag was van bedrijven uit ons netwerk, besloten we de handen in elkaar te slaan voor enkele opdrachten.” Na een succesvolle flashmob voor hulporganisatie 11.11.11 werd MojoMedia uit de grond gestampt. Het verhaal van Karel Marynen start meer dan dertig jaar geleden toen hij voor zijn werk op zoek was naar drukkerijen die kleiner drukwerk konden doen. Het resultaat was zeer pover. Daarom besloot hij om zelf aan de slag te gaan als drukker: Buroform, afgeleid van ‘bureauformulieren’, was geboren. Karel kocht een kleine drukpers en begon te drukken in zijn garage. “Niet veel later zou ik ook het magazine Steps lanceren. Het was als een kind voor mij.” Steps was het eerste blad dat huis-aan-huis werd bedeeld. De eerste oplage bestond uit acht pagina’s. Daarna wilde iedereen erin staan. Een logische stap volgde. Roularta zou het blad groter maken en nationaal verspreiden. Intussen geeft Buroform ook de maandbladen BO en Mechelen Magazine uit. BO-Magazine, dat meer dan tien jaar meedraait, focust zich vooral op kunst, cultuur, beauty en mode. Mechelen Magazine kwam in september op de markt en is dus nog een groentje in de magazinewereld. Dit blad zet vooral de Dijlestad en omgeving in de kijker. Beide magazines worden over de hele stad gratis verdeeld. MojoMedia is reeds van bij start een bureau van verhalenvertellers. “We geloven sterk dat je met geweldige verhalen de beste resultaten kan boeken. Verhalen zijn illustratief, makkelijk te onthouden en ze creëren een intense emotionele band met de doelgroep.” Dat is ook de reden waarom een verhaal altijd centraal staat bij de campagnes van het bedrijf. Volgens Guy Serdobbel is dat misschien niet de gebruikelijke aanpak, maar wel een creatieve. “Je moet vertellen wie je bent en waarmee je bezig bent. Het publiek moet geïnteresseerd raken en dat doe je door je boodschap over te brengen op de meest belevende manier.” <h5><strong>Meerdere platformen</strong></h5> MojoMedia probeert de aandacht te trekken via opvallende acties in online en traditionele media met video, foto’s en tekst. Zo benutten ze een breed gamma: van acties in het straatbeeld, zoals flashmobs en guerrillamarketing, tot sociale media. “We zijn daarin gespecialiseerd. We bekijken welke platformen we inzetten aan de hand van het verhaal en het publiek dat we willen bereiken.” Ze volgen nauwlettend de nieuwe evoluties en selecteren welke nieuwe communicatiemedia in aanmerking komen. “Zo hebben we voor een klant Wereldoorlog I herdacht, door er een accuraat en innovatief verhaal over te brengen. Dat gebeurde in de vorm van een video, met creatieve acties, via personages in een Facebookverhaal én een belevende tentoonstelling.” Ondanks sommige onheilspellende berichten is print volgens Marynen lang niet dood. “Ik geloof absoluut nog in drukwerk, maar als je alleen van drukwerk gaat houden, wordt het een triestig leven. Er zijn nu 700 drukkerijen, vroeger waren er 2000. Als drukker ben je met pers bezig, dan kun je niet ondernemen. Dat is een fout die veel drukkers maken. Als je niets onderneemt, ga je niets beleven.” Vanuit professioneel oogpunt is MojoMedia ervan overtuigd dat het steeds belangrijker zal worden om content te brengen. Ook al verandert de manier waarop mensen televisie kijken. “De audiovisuele evolutie zorgt er voor dat er steeds meer platformen zijn waarop een verhaal kan gevolgd worden. Het is dus belangrijk om je verhaal af te stemmen op die verschillende platformen. Voor steeds meer organisaties zal het belangrijk worden om hun verhaal goed te brengen zodat ze mensen op verscheidene platformen kan aanspreken. We zijn bezig met de kijkervaring te behouden door een verhaal boeiend te vertellen en door ons steeds aan te passen aan het medium en het doelpubliek.” <h5><strong>Het eiland verlaten</strong></h5> In Vilvoorde en Mechelen zijn er vele nichespelers, van Medialaan tot Sanoma. Ook Buroform hoort daar deels bij. Er zijn veel federaties, maar ondernemers zouden volgens Marynen met elkaar moeten praten. “Ik heb zin om een groep mensen, die me boeien voor wie ze zijn, bij elkaar te zetten om te praten over wat ondernemers samen kunnen betekenen voor elkaar. Zo concurreren we niet met elkaar, maar helpen we zodat je van elkaar kunt leren.”   <em>Tekst en foto's: Yasmine Couffez en Elodie Gillebert, studenten journalistiek Thomas More Mechelen</em>